| De
grillige wateren van het Wad…
Voltuig met de grote kluiver
ervoor en een flinke halve wind zeilen we richting Vlieland.
Dwars over de zandbank Waardsegronden, bezuiden Vlieland en
de Richel.
De Zuiderzee woelt het zand omhoog.
Het is bijna hoogwater en net springtij geweest.
“ Als we nu vast komen te zitten, komen we pas volgende
week maandag los..”, zeg ik tegen Arnold. We hebben
net uitgerekend dat er ongeveer 1,10 meter water staat op
de plaat. Doordat de grote kluiver de kop dieper in het water
drukt, kunnen we met een diepgang van 1,20 meter nog op het
nippertje op Vlieland komen. Het zweet staat ons nog in de
handen en we staan stijf van de adrenaline als we in de haven
met de gasten een proosten op de goede afloop. Dat zijn de
spanningen van de Waddenzee.
Gisteren, 8 augustus, vertrokken we
uit Den Oever, met een zwoel, zomers briesje. We moeten rekening
houden met het getij en de stroming die ons al dan niet naar
de goede kant zet. Bovendien is het water op sommige momenten
en plaatsen zo ondiep dat zelfs een platbodem als de Zuiderzee
er niet overheen komt. Dat betekent smalle vaargeultjes volgen
en vaak overstag gaan en gijpen. Een heerlijke afwisseling
met het IJsselmeer waar je soms uren niets hoeft te doen.
Het grootste voordeel op windstille dagen is dat je op het
Wad altijd stroom hebt en dus altijd ergens komt.
‘s Avonds vallen we droog op een
zandbank, tweehonderd meter verder liggen zeehondjes in de
ondergaande zon. Een superromantische zonsondergang geeft
ons de gelegenheid een fotorolletje van de zon en de Zuiderzee
vol te schieten. Als het schip midden in de nacht los komt
is iedereen aan dek. De keuze is aan de gasten: nachtzeilen
of verder slapen. Dit keer wordt het verder slapen, want als
we zeil zetten blijkt dat we weer vastliggen op de bank.
|